Yoga. Was ik er maar eerder aan begonnen.
Ik kan mezelf niet kwalijk nemen dat ik dat niet heb gedaan, want ik was daar niet klaar voor. Te confronterend. Yoga leert je namelijk bewust zijn. Bewust zijn van je lichaam en geest. En dat is juist iets wat ik niet wilde. Want als je stil gaat staan dan komt de rotzooi naar boven. En ik verwacht dat ik niet de enige ben die zo denkt, of heeft gedacht. Het is een beetje een Westerse ziekte. Doorgaan, heel erg bezig zijn, hard werken en continue prikkels. Maar wat levert dat op? Juist, onbalans. Onbalans die ergens uiteindelijk zijn tol eist.
Yin en Yang
Dat in beweging zijn is Yang. Wij doen heel veel Yang. Yang is goed en mag er zijn. Alleen, wij gebruiken het teveel en worden er teveel aan blootgesteld. Het altijd maar bezig zijn wordt verheerlijkt. En we stoppen er bijvoorbeeld pijn of angst mee weg.
Yin is rust. Yin en Yang horen bij elkaar. Zij horen in balans te zijn. Helaas zijn wij door het hollen een beetje bang geworden voor Yin. Voor het gevoel wat dat in ons oproept, zoals bijvoorbeeld verveling, schuldgevoel en pijn die er wel zit maar waar geen aandacht aan besteed werd. Maar hoe meer en vaker je aandacht gaat besteden aan Yin, hoe meer ook andere gevoelens aan de orde komen. Gevoelens zoals rust, blijdschap dat je aandacht geeft aan je lichaam en geest, ontspanning en geluk.
Huilen tijdens de les
Nu ik een tijdje bezig ben met pilates en yoga komt het voor dat ik huil tijdens of na een les. Dan huil ik van geluk. Blij dat ik aandacht heb besteed aan mezelf. In alle rust. Ik voel mijn lichaam heel bewust en dat voelt zo fijn. Het is zo belangrijk om even lichaam en geest op een lijn te hebben. Om gedachten te laten gaan en enkel te voelen. Om oké te zijn met alles wat langs komt.
Ik huil soms ook omdat ik op deze manier merk dat ik te vaak mezelf voorbij loop of wegcijfer. Of, dat ik niet doe wat ik eigenlijk wil of voel. Ik zet mezelf te vaak buitenspel. Vind mezelf niet leuk of niet capabel. Dan stop ik voordat ik begonnen ben. Ik vlucht weg van dingen die ik denk niet (meer) te kunnen. Tijd nemen voor jezelf brengt ook dit naar boven.
Yin Yoga
Yin Yoga leert je om te voelen en los te laten. Mee te gaan met wat er is. Ook als het onprettig is. Bij Yin Yoga probeer je voor langere tijd een bepaalde houding vast te houden. Een houding die pijn kan doen. Je strekt namelijk heel erg bepaalde spieren. De houding is meestal oncomfortabel en blijft dat ook wel even. En dan gaat je hoofd zich ermee bemoeien. Je wil stoppen. Je denkt dat je niet meer kan, dat het niet goed kan zijn dat het zo oncomfortabel voelt. Als je gaat vechten tegen dat gevoel dan verlies je. Als je rustig blijft en laat zijn, verandert er iets. En daar begint Yin. Adem. Weet dat je oké bent, dat het goed gaat. Geloof in jezelf en in de heling.
En dan ineens, ver weg, hoor je een stem: “Kom rustig uit je houding terug naar zit”. Nu al? Ik voelde me heerlijk en in rust. En voilà. Je hebt het gedaan! Je hebt het gevecht losgelaten.
Eindelijk kan ik het gevecht loslaten
Ik heb echt het gevoel dat ik iets gevonden heb wat mij kan helpen. Dit wil ik oefenen. Ik wil dit doen. Want wat zou het fijn zijn als ik mezelf beter door een emotionele crisis kan helpen. Dat ik er doorheen kan komen met meer rust, omdat ik geloof dat uiteindelijk deze oncomfortabele status overgaat. Het gevecht loslaten omdat ik geloof in de heling ervan, in balans. Dat ik mee ga met wat ik voel, totdat er weer rust is. Totdat er weer ruimte is voor Yang.
X Bouwke
We worden allemaal geboren met een hechtingsdrang. Zo willen we ons veilig voelen, erop kunnen vertrouwen dat voor ons gezorgd zal worden wanneer dat nodig is. We vertonen dan ook gedrag dat nabijheid, bescherming en zorg uitlokt. Meestal krijgen we dat ook, maar soms gaat er iets mis in dit proces. Zo ook bij mij.
Veilig voelen
Ik voel vaak geen basisveiligheid over wie ik ben en heb niet erg veel vertrouwen in mezelf en de wereld. Deze ervaringen en gevoelens hebben gedrag gecreëerd. Gedrag wat wellicht helemaal niet meer nuttig of nodig is. Maar wat wel een automatisch en grotendeels onbewust proces is geworden.
Onbewust negatief gedrag
Ons gedrag is voor 80 procent onbewust. Zoals fietsen: daar hoeven we niet meer over na te denken, dat doen we gewoon. Er zijn ook heel veel andere gedragingen die onbewust zijn. En dat is maar goed ook, anders kunnen we niet functioneren. Maar helaas zijn er ook negatieve gedragingen die je in het hier en nu tegenhouden of ongelukkig maken. En doordat er bij mij iets mis is gegaan in de hechting, levert dat voor mij onbewuste gedragingen op die niet helpend of ondersteunend zijn.
Maar hoe kom ik dan bij dat onbewuste? En belangrijker, hoe verander ik dit gedrag of hoe raak ik het kwijt?
Begrijpen
Voor mij is het erg nuttig om dingen te begrijpen. Begrijpen betekent niet dat het dan ook meteen te veranderen is, maar het is een begin. Je kunt gericht gaan proberen iets te veranderen en hulp te vragen.
Ik ben, toen ik jong was, erg veel afgewezen. Afgewezen op mijn gevoeligheid, voor mijn emoties. Ik werd niet begrepen en als lastig ervaren door mijn familie. Een plek die veilig moest zijn, was het niet. Later, op school, werd ik gepest. Weer afwijzing. Weer een onveilige plek. Thuis trok ik me terug op mijn kamer en naar de buitenwereld toe ben ik iemand anders gaan spelen. Een rol wel dicht bij mezelf, maar met alleen mijn positieve eigenschappen.
Mijn emoties uiten
Ik werd perfectionistisch op de dingen die ik wel kon. Alles om maar geen last te zijn en uit te blinken op een positieve manier. Onderhuids vocht ik een oorlog tegen mijn negatieve emoties, tegen stress, depressiviteit en zelfhaat. Soms kwam dat eruit. Thuis of in mijn relaties werd ik ontiegelijk boos en verdrietig. Radeloos eigenlijk. En ging ik het gevecht aan. Voor de buitenwereld kon ik ook ontploffen in emoties, maar dan vluchtte ik. Of ik bleef gewoon weg. Kwam nergens meer opdagen en was niet te bereiken. Als ik thuis uitgeraasd was tegen mezelf of iemand anders kwam de leegte. De stilte. Ik was kapot en moest dan uitrusten. Zodat daarna het riedeltje opnieuw kon beginnen.
Gedrag veranderen
Als je onbewust gedrag wil veranderen zul je er bewust mee aan de slag moeten. Goed om te weten is dat er vier onderdelen van gedrag zijn: stimulus (trigger), gedachten, gedrag en resultaat. Laat ik een voorbeeld gebruiken om dit uit te leggen.
Voor mij is een ingewikkeld maar goed voorbeeld de liefde. Liefde is voor mij een trigger. Zowel liefde die ik voor iemand voel als liefde die een ander voor mij voelt. Als ik liefde voel wil ik het behouden en niet kwijtraken. Ik geloof dat ik enkel liefde kan krijgen en behouden als ik leuk ben en blijf. Mijn gedrag is dus zo leuk mogelijk blijven. Resultaat is dat ik dingen onderdruk waar ik negatieve emoties bij voel. Want dat is niet leuk.
Een neerwaartse spiraal
Dit is het begin van een neerwaartse spiraal, omdat ik dan door die onderdrukking vaak erg emotioneel of boos word om dingen waarin niet de kern van het probleem ligt. Door dit gedrag word ik nog banger dat ik niet leuk ben en daarom afgewezen zal worden. De emoties en vermijding worden nog intenser, ik kan niet meer mezelf zijn en leef met name met stress en vermoeidheid. Totdat ik niet meer kan en alles in mijn leven een halt wordt toegeroepen, om te rusten.
Patronen ontwikkelen
Deze patronen zijn te ingewikkeld en te groot om zomaar op te lossen. Maar ik kan wel bedenken wat de trigger, de gedachten, het gedrag en het resultaat zal zijn. En als je dat kan, kun je klein beginnen. Bijvoorbeeld bij het opmerken van gedrag. Als ik enorm boos ben op mezelf en ‘overtrokken’ reageer, dan kan ik mezelf de kans geven om dat op te merken. En dan te bedenken waar dat vandaan komt. Als ik kan erkennen dat ik in een patroon uitgekomen ben, kan ik als volgende stap proberen daar iets anders mee te doen. Per direct mezelf te vergeven bijvoorbeeld en te stoppen met boos zijn. Het doel is natuurlijk om bij de trigger uit te komen en te zorgen dat de gedachten en gedragingen als gevolg van de trigger veranderen. Zodat je resultaat anders wordt. Maar dat is erg groot en kost tijd.
Geduld en hard werken
Voor gedragsverandering is veel geduld nodig. En hulp of steun van anderen. Deze processen zijn zo hardnekkig. Soms heb je echt de analyse van een ander nodig. En een signaal dat je in verkeerde, voor jou niet wenselijke, gedragingen terecht ben gekomen. Ik ga nog altijd naar de psychiater en dat is goed. Hij geeft mij ook een gevoel van veiligheid en ziet mij als heel persoon. Ik voel geen oordeel. En ik voel geduld.
Dit is niet iets wat overwaait of waar je overheen groeit, maar keihard werken. En soms weet ik niet of ik nog wel wil. Dan ben ik moe. En dat is dan maar zo. Twee stappen vooruit, een terug. Wat ik wel weet is dat ik ook hele mooie dingen voel en mooi herinneringen heb. En ook dat ik echt al veel verder ben dan 10 jaar geleden.
Ik zou wat meer innerlijke rust willen creëren. Meer acceptatie over wie ik ben en dat ik mijn hele zelf mag zijn (veiligheid). En vertrouwen dat ik dat kan bereiken. Dat gun ik mezelf, denk ik voorzichtig.
Tijd, we hebben er vaak te weinig van. Geen tijd om te sporten, niet genoeg tijd voor een opdracht van werk, geen tijd om gezond te eten. We geven onszelf geen tijd. Dat leuke shirtje moet nu gekocht worden, die beslissing moet nu gemaakt worden en je moet nu al weten wat je morgen gaat doen. Maar we leven in Nederland gemiddeld 82 jaar, 29.930 dagen. Hoe kunnen we dan in hemelsnaam tijd te kort hebben?!
Niks moet
We weten dat je examen heel belangrijk is, maar is het een ramp als je het over moet doen? Ja, je hebt een opdracht op je werk, maar is het echt zo erg als het wat langer duurt? Haal het ‘moeten’ uit je systeem en kijk naar de mogelijkheden. Wat wil je? Wat kan je?
Prioriteiten
Niets moeten, daar sluit prioriteiten stellen naadloos op aan. Niet alles moet en daarom moet je prioriteiten stellen. Wat ‘moet’ wel? Maak een lijstje met wat jij het belangrijkst vindt. Denk groot: vind jij je gezondheid belangrijker dan die opdracht van je werk?
Bedenktijd
Vaak zijn we zo bang om een belangrijke keuze te maken, dat we een overhaaste keuze maken. We zijn bang om een verkeerde keuze te maken of voor het oordeel van anderen. Jammer, want dat zorgt er juist voor dat je de verkeerde keuzes maakt. Geef jezelf tijd om iets te overdenken. Wanneer jij geen controle hebt over je gedachten, heb je ook geen controle over wat je doet.
Kansen
Grijp jij de eerste kans die op jouw pad komt? Zonde! Wees niet tevreden met dat wat voldoende is, maar ga voor wat goed voelt. Een slechte relatie, een baan die je niet leuk vindt of de verkeerde opleiding. Stop ermee! Je vindt je droomman of vrouw nog wel, je vindt een baan die bij je past en er zijn nog zoveel andere opleidingen. Neem de tijd, je hebt tijd genoeg!
Controle
Iedereen wil een zekere mate van controle, de een meer dan de ander. Het hebben van controle geeft een fijn en veilig gevoel. Maar sommige dingen kunnen we niet controleren. Maak je alleen zorgen over dat wat je kan controleren en laat de rest gaan.
Our anxiety does not come from thinking about the future, but from wanting to control it. – Kahlil Gibran
NiceDay: Beschrijf wat je vandaag voelt en denkt in je dagboek. Kijk hier een week later nog eens op terug. Voel en denk jij nog hetzelfde?
De meeste mensen hebben angst voor kleine dingen zoals bijvoorbeeld spinnen of hoogtes. Op het moment dat je dagelijks leven erdoor beïnvloed wordt kan dat betekenen dat je lijdt aan een fobie. Dit merk je wanneer je taken die je normaal deed niet meer goed kan uitvoeren. Bijvoorbeeld: je kan niet meer naar de supermarkt, niet meer de trein nemen of je wil de dierentuin vermijden. Wanneer je dus niet je dagelijks leven kan lijden zoals je graag zou willen, spreken we van een fobie/angststoornis.
Wat is een fobie?
De meeste mensen zijn wel bang voor iets in het leven. Zoals net benoemd is kan dit zich uiten als: bang zijn voor spinnen, hoogtes of openbaar vervoer. Door deze angst vermijd je de situaties waarin je wordt blootgesteld aan hetgeen waar je bang voor bent.
Hoe ontstaat een fobie?
Een fobie kan op verschillende manieren ontstaan, er is nog niet wetenschappelijk bewezen hoe het precies ontstaat. Echter is er wel onderzoek gedaan naar deze verschillende factoren:
Oerangsten
Deze theorie beschrijft dat iedereen beschikt over ‘oerangsten’. Dit zijn angsten die van vroeger uit zijn ontstaan, bijvoorbeeld als kind bang zijn om je ouders uit oog te verliezen. Dit zijn angsten die aangeboren zijn. Deze aangeboren angsten zijn bij sommige mensen te sterk ontwikkeld waardoor het lichaam in situaties bepaalde angstige gevoelens afgeeft wanneer het niet nodig is.
Erfelijke factoren
Uit onderzoek blijkt dat angstige gevoelens erfelijk kunnen zijn. In hoeverre deze erfelijke componenten meespelen is nog niet bekend. Gevoeligheid voor angstige gevoelens kan wel overerfelijk zijn, dit hoeft niet te betekenen dat dit altijd het geval is.
Serotonine
Serotonine is een neurotransmitter in onze hersenen en is betrokken bij dagelijkse bezigheden zoals het reguleren van slaap, honger/dorst en temperatuur. Ook heeft het een invloed op je stemming, te weinig serotonine kan leiden tot depressieve gevoelens.
Medicatie/drugs
Medicatie en drugs kunnen ervoor zorgen dat er minder balans in de hersenen ontstaat. Deze disbalans kan ervoor zorgen dat er angstige en/of paniekerige gevoelens optreden. Ook kan koffie invloed hebben op angstgevoelens, dit wordt veroorzaakt door de cafeïne. Wanneer je te veel cafeïne binnenkrijgt kan je een opgejaagd gevoel krijgen.
NiceDay: samen met je professional kun je het hebben van een angst/fobie bespreken en kan er worden gekeken naar mogelijkheden. Hou wel in je achterhoofd dat het om coaching gaat en niet om een behandeling waardoor je van je fobie af kan komen. Natuurlijk kunnen we wel ondersteuning aanbieden, ook door middel van NiceDay. Bijvoorbeeld door je in je dagboek bij te houden welke gedachten je hebt tijdens die bepaalde situaties.
Volg ons ook op Facebook!
Tegenwoordig moet alles leuk zijn. Je baan moet leuk zijn, je vrienden moeten leuk zijn, je kleding, je huis en inrichting moeten leuk zijn. Je vriend of vriendin moet natuurlijk ook heel leuk zijn. Naast je werk moet ook je studie leuk zijn, want waarom zou je het anders doen? Je moet een leuke dag hebben, een leuke tijd, met leuke mensen en in een leuke omgeving, bijvoorbeeld op een leuk terras of een leuk café. Je wil immers een leuk leven hebben. Of niet soms?
Leuk
Het woord ‘leuk’ lijkt zo wel het enige woord dat we nog gebruiken om aan te geven wat we voelen en ervaren. We vinden iets leuk als we het aangenaam vinden, gezellig, knus of warm – wat is het hier leuk! Leuk gebruiken we ook wanneer we iemand aantrekkelijk vinden, hem of haar mooi, charmant, knap of lekker vinden- wat is die leuk! Ook als we iets echt leuk vinden, gebruiken we niet woorden als amusant, enig, geinig, grappig of lollig, olijk, tof of vermakelijk, nee we vinden het gewoon: leuk!
Het is wel lekker duidelijk Het is leuk of het is niet leuk. Zo begrijpen we elkaar. En we doen wat we leuk vinden. Als het niet leuk is, moet je het niet doen. Zo steunen we elkaar. Maar moet het wel allemaal altijd leuk zijn? Is een plaats, persoon, activiteit of situatie alleen maar acceptabel als het leuk is?
Mijn ervaring
Ik betrap mezelf erop dat ik ook heel vaak ‘leuk’ zeg. Het is er ongemerkt ingeslopen en heeft bezit van me genomen. Ik gebruik bijna geen ander woord meer dan ‘leuk’ en bestempel zo mijn gevoelens, stemming en beleving alleen nog maar in termen van leuk en niet leuk. Gaandeweg is mijn leven gereduceerd tot een staat van wel of niet leuk zijn. En als ik op deze manier naar mijn leven kijk, vind ik de meeste dingen niet leuk en dat deprimeert me nogal.
Meer dan leuk
Is er meer dan leuk? Kan iets ook interessant zijn, boeiend, aangrijpend of prikkelend? Kunnen mensen in plaats van leuk niet eerder bijzonder zijn, markant, merkwaardig of wonderlijk? Kunnen we ze in plaats van leuk ook omschrijven als inspirerend, stimulerend, of misschien zelfs lachwekkend? Een activiteit hoeft niet alleen leuk te zijn, maar kan ook opwekkend zijn, bewegend, energiegevend of bezielend. Een plaats kan prachtig zijn, fraai, schitterend of smaakvol. Ook in negatieve zin kun je in plaats van ‘niet leuk’ ook zeggen dat je iets bijvoorbeeld vervelend vindt, akelig, eng of beangstigend. Dat iets naar is, belastend, pijnlijk of energievragend.
Het is niet alleen maar leuk of niet leuk. De wereld en je beleving is veel rijker dan die platte tweedeling. Er zijn duizenden manieren waarop we een plaats, persoon, situatie of activiteit kunnen beleven en met evenzoveel woorden tot uitdrukking brengen.
Angst
Leuk, samen lunchen! Zo was ik een paar dagen geleden op bezoek bij het bedrijf Sense Health – ja, het bedrijf waarvan deze blog onderdeel is. Een aantal bloggers waren uitgenodigd voor een lunch. Dat vind ik niet leuk! Nee, dat vind ik niet, maar zo ervaar ik dat. Sociale activiteiten met vreemden in een vreemde setting vind ik vreselijk. Ik vind het naar om me onzeker te voelen, om niet goed te weten waar ik moet zijn, wat er van me wordt verwacht of hoe ik me moet gedragen. Het triggert mijn trauma’s en maakt me erg onrustig. Dat is niet leuk. Al dagen van te voren ben ik nerveus, slaap slecht en op de dag zelf ga ik half van mijn stokje. Onderweg met de trein loopt de spanning op, het zweet breekt me uit en het liefst maak ik rechtsomkeer, veilig naar huis. Ik weet wel dat ik nergens bang voor hoef te zijn, maar mijn lichaam denkt niet, die voelt alleen maar. Die maakt duidelijk dat ik het niet leuk vind.
Anders kijken
Achteraf viel het, zoals zo vaak, wel weer mee. Zodra ik besefte dat het allemaal niet leuk hoeft te zijn, kwam er ruimte om het anders (en uiteindelijk rijker) te ervaren. Ik werd me ervan bewust dat ondanks dat ik het niet leuk vind, wel als heel zinvol, belangrijk en waardevol heb ervaren. Ik heb kunnen bijdragen aan ontwikkelingen van activiteiten en producten die de kwaliteit van leven van mensen met een kwetsbaarheid kunnen verbeteren. Ondanks de zenuwen en angst heb ik me gewaardeerd gevoeld doordat wat ik zei, serieus werd genomen. Ik vond het niet leuk maar wel goed om erbij te zijn.
Door geregeld tegen mezelf te zeggen dat het niet altijd leuk hoeft te zijn, sta ik meer open voor andere ervaringen zonder de nare en pijnlijke kanten te hoeven ontkennen. Het leven is niet: òf leuk, òf niet leuk, maar kent een veel rijkere scala aan beleving, stemming en waardering.
Huilen zonder emotie, ik weet niet wanneer het begon. Na een tijdje raakte ik het verband kwijt tussen fysiek verdriet en de emotionele staat zelf. Ik hoor haar in m’n gedachten en kijk naar de blauwe vink in de tuin waar ze altijd naar zwaaide en lachte. Ik voel een koud windje op een warme dag, zo’n windje dat haar onzichtbaar liet voelen. Ik huil, krijg een brok in m’n keel en ademhalen wordt zwaarder. Ik voel bloed stromen naar mijn hoofd, druk op mijn voorhoofd en ogen. Ik kan niet meer nadenken en heb een doof gevoel. Ik huil, voel niks dan isolatie. Isolatie van de rest van de wereld, van mijn lichaam, van het leven zelf. Waarom kan ik mijn herinneringen aan haar niet verbinden aan mijn gevoel, ze voelen en ervaren in het hier en nu? Normaal begrijp ik hoe ik me voel. Wanneer en waarom ben ik dit begrip kwijt geraakt?
Leeg
Taal is mijn moeders passie, daar was ze goed in. Desondanks geloof ik dat we nooit woorden nodig hadden om te communiceren, zelfs voordat ze haar spraakvermogen verloor. Ik zat nog op de middelbare school toen ze gediagnosticeerd werd met Frontotemporale Dementie (FTD) en was nog jong toen de eerste symptomen daarvan een invloed op ons leven kreeg. De ziekte vermindert iemands vermogen om woorden te formuleren en begrijpen. Het verandert je sociale en persoonlijke gedrag, manipuleert herinneringen (maar doet deze niet vergeten) en vermindert het vermogen om zelfs de simpelste activiteiten uit te voeren, zoals het strikken van je veters of het gebruik van bestek. FTD corrumpeert de ziel in die mate dat zelfs een moeder compleet apathisch wordt tegenover haar kinderen. Het sloopt iemands waardigheid, met lege blikken en verwarring als gevolg.
Mijn adolescentie vond plaats in een huis waar ziekte overwon. De spanning thuis was om te snijden, vanaf het moment dat je de voordeur open deed. Ik ervoer normale tienerproblemen op school, maar thuis ervoer ik dagelijkse agressie, angst en depressie. Toen ik 21 was verhuisde ik terug naar mijn ouders om voor mijn moeder te zorgen, om een stabiele thuissituatie te creëren voor mijn moeder. Ik leerde om haar te helpen, ondanks mijn woede, ik troostte haar, ondanks dat ik mijn geduld verloor. Zo onzichtbaar mogelijk zijn, zodat ze het gevoel had zelf controle te hebben over haar leven. Liegen en de leugen leven. Beetje bij beetje raakte ik ook de controle over mijn eigen leven kwijt. Ik vergat te lachen, te kletsen en mijn emoties te herkennen en ervaren. Alles werd grijs, leeg, dragelijk.
Jij bent wie ik ben
Ik realiseerde het me pas toen mijn moeder afgelopen oktober overleed. Ondanks haar ziekte, schrokken we ervan haar zo plotseling kwijt te raken. Onverwacht, onverwacht pijnlijk, voor haar, voor ons, en ongelofelijk onmenselijk. Maar het kwijtraken van mijn moeder gaf mij inzicht in de afgelopen jaren met haar. Door haar onverwachte afwezigheid begon ik te verlangen naar mooie, fijne herinneringen met haar. Ze waren daar, ze bestaan nog, en voor de eerste keer realiseerde ik me hoeveel dat voor me betekende. Ondanks alle chaos en verwarring, was ons leven vervuld met liefde. Ik realiseerde me dat ik mijn geluk liet bepalen door mijn moeders geluk, hoe ze veranderde van een vitale vrouw naar een lijdende vrouw, en van een lijdende vrouw naar een herinnering. Ik denk niet dat ik dit in een eerder stadium van mijn leven had kunnen begrijpen. Hartpijn en verlies zijn misschien wel de meest tastbare indicaties van liefde dat het leven ons geeft. Lopend achter mijn moeders levenloze lichaam, zoals ze het verzorgingstehuis verliet waar ze haar laatste weken had doorgebracht, voelde het alsof ik zelf ben overleden. Laat me niet alleen, dacht ik, laat me niet alleen want ik voel me zo comfortabel bij het leven dat we hebben opgebouwd. Ondanks de pijn en isolatie, we waren samen. Het was ons leven. Ga niet weg, want met jou zijn is wie ik ben.
Vertel je verhaal, aan jezelf
Mijn coach heeft me geholpen om mijn verleden te herstructureren. Herinneringen komen langzaam terug, zodra ik dit toelaat. Ik realiseer me nu dat mijn moeder mijn leven was voor een hele lange periode in mijn leven. Haar geluk was mijn geluk, haar lach, was mijn lach. Echter, haar dood zou niet mijn dood moeten zijn. Het lukt me om te rouwen door te denken aan hoe ze was, wat ze voor me betekende en hoe ons leven mij heeft gevormd. Ik heb mijn moeder verloren toen ze de diagnose kreeg, ik verloor haar toen zij zichzelf verloor, en verloor haar toen ze het leven verloor. Maar heb nooit met dit verlies leren omgaan. Ik heb er nooit de tijd voor genomen, nooit goed over nagedacht. Ik leer mijn zorgen onder ogen te komen zodra ik weer kan genieten van geluk. Na jarenlang mijn gevoelens te onderdrukken, leegheid te verkiezen boven pijn, zal het rouwen om de vrouw die mij het leven gaf mij weer het leven geven.
Uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat vrouwen vaker kampen met psychische problemen dan mannen. In 2014 gaf 14% van de vrouwen aan dat zij kampen met psychische klachten. Bij mannen lag dit percentage op 9%. Om deze reden wordt bijvoorbeeld een depressie vaak bestempeld als een vrouwenziekte. Maar is dit terecht?
‘Niet zo zeuren’
Hoe zou het kunnen komen dat er minder mannen gerapporteerd worden met bijvoorbeeld een depressie? Een verklaring zou kunnen zijn dat mannen zichzelf bepaalde regels hebben opgelegd. Bij veel mannen heersen de gedachten dat ze geen zwakte mogen tonen en dat ze zich niet kwetsbaar op mogen stellen. Veel mannen zijn bovendien bang om hun emoties te uiten en daarom is hulp vragen van buitenaf iets wat zelden gedaan wordt. ‘Niet zeuren, je bent toch geen mietje’ en ‘Gewoon doorgaan, ik zal mij later beter voelen’ zijn gedachten die vaak door het hoofd spoken.
Depressie of hartproblemen?
Vrouwen bezoeken vaker de psycholoog of een maatschappelijk werker dan mannen en daarom is het niet verrassend dat uit de cijfers blijkt dat vrouwen vaker last hebben van psychische klachten. Daarbij is het zo dat vrouwen eerder gediagnosticeerd worden als depressief, terwijl mannen voor dezelfde klachten (bijvoorbeeld hartkloppingen en rusteloosheid) eerder worden doorverwezen naar een hartspecialist. Tot slot gaan mannen en vrouwen anders om met hun klachten. Zo merken vrouwen bepaalde lichamelijke veranderingen sneller op en zoeken ze eerder hulp dan mannen.
Weg met het taboe
Als het gaat over onze mentale gezondheid vinden veel mensen, en vooral mannen, het lastig om professionele hulp in te schakelen. De angst om bestempeld te worden als incompetent en zwak is sterk aanwezig. Hoe doorbreken we dit taboe rondom het hebben van psychische klachten? Maak psychische problematiek bespreekbaar. Ook al is het een grote stap om te maken, probeer er met je omgeving over te praten. Kies een vertrouwenspersoon uit op je werk of uit je vriendenkring. Je zal merken dat er meer begrip voor je zal zijn dan dat je misschien had verwacht. Ook kan je naar de huisarts, hij of zij kan je doorverwijzen naar een GGZ instelling of een psycholoog bij jou in de buurt. Klik hier voor meer informatie.
‘No health without mental health’
NiceDay
heb jij moeite met het bespreken van jouw (sombere) gevoelens met anderen? Plan een NiceDay event in om een gesprek aan te gaan met een vertrouwenspersoon (een vriend of familielid) en probeer jouw situatie bespreekbaar te maken. Schrijf in je NiceDay dagboek hoe dit voor jou was, hoe het is verlopen en wat er beter had kunnen gaan.
Ken je dat? Iemand rijdt naar jouw zin iets te langzaam en ook nog links. Altijd een ergernis. Maar nu wordt je boos en zit je je op te winden in de auto. Of iemand zegt onverwacht iets liefs, biedt je hulp aan, en je barst in huilen uit. Allemaal emoties die ineens daar en groot zijn. Waarom? Omdat je moe bent. Iets wat we allemaal maar al te goed herkennen. Je fysieke en mentale gesteldheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bijzonder goed om te weten. Als signaal en als kompas.
Voor mij en velen met mij, geldt deze connectie extra sterk. Omdat ons hoofd al de neiging heeft om niet de omstandigheden maar onszelf de schuld te geven. Om eerder zwart te zien dan wit. Om perfectionisme en het goed doen te verheerlijken. Wanneer ik moe ben, krijgen de destructieve stemmetjes in mijn hoofd ruimte. Die zorgen voor nerveusheid en spanning. En als ik het niet voor elkaar krijg te rationaliseren, voor blokkades (opgeven, vluchten, niks doen) en misbruik van eten en sport (te veel, te weinig)
Ik ben net, na drie jaar reizen, begonnen met werken en sta de hele dag, ben aan het schoonmaken en ik krijg allemaal nieuwe indrukken. Ik ben dus ontzettend moe. Maar ik wil in de avond eigenlijk nog mijn sociale leven en sport hebben, wat nu natuurlijk niet lukt. Daarbij heb ik ook nog allemaal vrijwilligersdingen lopen, waar ik ja tegen heb gezegd toen ik nog niet werkte. Dat krijg ik nu bijna niet meer voor elkaar. Een fantastische mix om gestrest, teleurgesteld in mezelf en terneergeslagen te raken.
Dus tijd om deze signalen om te zetten in een kompas voor richting en actie. Wat kan ik doen om opnieuw rust en balans te creëren?
Ik moet meteen denken aan de instructie die je in het vliegtuig krijgt om bij een noodgeval eerst het zuurstofmasker bij jezelf op te zetten en dan pas anderen te helpen. Ik zal mezelf dus moeten helpen, klein denken, voordat ik mijn wereld weer vergroot.
Als er iets flink verandert in je situatie/leven kost dat energie en tijd: je hebt er meer van nodig om te zorgen dat je die verandering eigen kan maken. Maar tijd en energie zijn kostbaar en niet onuitputtelijk. Als je dus veel nodig hebt op een bepaald vlak, moet je ergens anders inleveren. Dat klinkt enorm logisch, en toch zijn velen van ons daar niet zo goed in. We willen alle ballen in de lucht houden. Nergens op inleveren. Maar dat is een rare korte termijn strategie. Want, op de lange termijn, raak je uitgeput en wordt de kans steeds groter dat alle ballen op de grond eindigen.
Terug in het vliegtuig. Noodgeval. Het enige dat nu bestaat en telt is het zuurstofmasker. Perfect. Dat lijkt me goed te doen. Dus, nu, in mijn wereld: wat is mijn zuurstofmasker? Wat is mijn prioriteit? Werk. Werk heeft nu prioriteit. Werk gaat zorgen voor inkomen, voor structuur in Nederland, voor landen in hier. Perfect. Dat masker heb ik opgezet. Nu is het de kunst om dit te zien als een goede stap en de tijd te nemen om de zuurstof zijn werk te laten doen. Ik moet mezelf gunnen en toestaan moe te zijn van het wennen aan werk. Ik heb een doel. Als ik langzaam maar zeker weer op kracht kom, kan ik mijn wereld weer vergroten. Ik mag mezelf niet straffen dat ik mijn vrienden minder spreek, dat ik moeite heb met andere ballen in de lucht houden, dat mijn wereld even heel klein is. Dat heeft een doel. En eigenlijk ben ik dan heel goed bezig! Iets wat niet eens in mijn hoofd is opgekomen de laatste tijd. Erg eigenlijk, als je er over nadenkt. Ik doe wat ik moet doen en vind toch dat ik slecht bezig ben.
Nu dat ik weet dat mijn wereld de komende tijd kleiner zal zijn, zijn er een paar praktische tips die ik kan toepassen.
- Communiceren. Ik heb een prioriteit in mijn leven gesteld en daar heb ik tijd voor nodig. Dat deel ik met vrienden en familie, en met iedereen waar ik verplichtingen of afspraken mee aangegaan ben. Wellicht kan ik mezelf, in overleg, wat meer vrijmaken van verplichtingen of sociale activiteiten.
- Ik herinner mezelf aan mijn gestelde doel. Ik heb een post-it op mijn spiegel geplakt met een reminder van mijn prioriteit. Die zie ik elke ochtend en avond.
- Ik hou mijn leven tijdelijk simpel en klein. Moet er toch meer dan ik aan kan? Misschien kan ik mezelf dan laten helpen. Ik zou een lijstje van dingen die echt moeten kunnen maken en mensen laten kiezen wat ze zouden kunnen doen. Het maken van een to-do lijstje is sowieso handig om je hoofd leeg te maken. Wat me vaak opvalt is dat het vaak allemaal groter is in mijn hoofd dan op papier. Een goede manier dus om ruimte te creëren.
- Ik probeer vroeg naar bed gaan, rust en niks doen te zien als beloning voor mijn harde werk. Niet als tijd die ik had moeten besteden aan al die andere ballen die ik in de lucht wil houden.
- Ik probeer milder te zijn naar mezelf. Ik doe nu wat ik kan. Ik geef mezelf tijd. En ik probeer mezelf te omringen met liefde van familie en vrienden.
- Ik hou mijn zuurstofmasker op. Voor een veilige landing!
Je kan nog zoveel complimenten krijgen, toch onthoud je die negatieve opmerking altijd het best. Het geeft je een rot gevoel en zorgt ervoor dat je minder productief bent. Op lange termijn kan het zelfs voor serieuze schade aan je mentale gezondheid zorgen. Maar deze gedachten uit je hoofd zetten is makkelijker gezegd dan gedaan. We helpen je een handje.
Negatieve gedachten
Negatieve gedachten zijn menselijk en deze hoef je zeker niet te negeren. Sterker nog, het negeren van negatieve gedachten werkt averechts. Hierdoor leg je de focus juist op de gedachten. Steeds naar bovenhalen van negatieve gedachten is echter wel ongezond en zal je op den duur ongelukkig maken. Belangrijk is dus dat je de negatieve gedachten accepteert, maar niet negeert.
“We zien dingen niet zoals ze zijn, we zien ze zoals wij zijn.”
Overdenk je gedachten
We piekeren vaak onnodig en we kunnen meestal een stuk beter met de situatie omgaan dan gedacht. Wees je daarom bewust van je eigen gedachtegang: schrijf je gedachten op en beoordeel ze vanuit een ander perspectief. Zijn je gedachten rationeel? Wat zou je tegen een vriend in dezelfde situatie zeggen? Is de schade blijvend en wat kun je doen om de schade te voorkomen of te verminderen?
Zie negatieve ervaringen niet als persoonlijk falen, maar kijk naar andere mogelijke oorzaken. Of probeer het van een andere kant te zien: had het slechter gekund? Wat is er positief aan deze ervaring? En zelfs als de situatie niet slechter had kunnen zijn, onthou dan dat piekeren geen zin heeft. Probeer te accepteren wat er is gebeurd, maar laat het niet je toekomst bepalen.
Actieve herhaling
Negatieve gedachten verminderen door ze te blijven herhalen, whut?! Het klinkt niet erg aantrekkelijk, maar door de gedachten actief te herhalen verliest het uiteindelijk z’n betekenis (Ohio State University, 2012). Hierdoor krijg je meer afstand tussen je gevoelens en je gedachten. Spreek je gedachten dus uit of schrijf ze op. Deze methode wordt veel in de psychologie gebruikt en wordt ook wel cognitieve defusie genoemd.
Spoel ze van je af
Letterlijk. Neem een warme douche, de wetenschap heeft namelijk aangetoond dat je je daardoor beter zult voelen (University of California, 2013). Fysieke warmte en sociale warmte worden namelijk in hetzelfde gedeelte van de hersenen getriggert. Niet zo’n zin om te douchen? Je gedachten weggooien kan ook! Schrijf ze op papier en verscheur of verbrand ze. Onderzoek vanuit Ohio State University (2012) heeft aangetoond dat studenten die hun onzekerheden op schreven, verscheurde en weggooide een beter zelfbeeld kregen dan studenten die dat niet deden.
Visualiseer
Afleiding zoeken heb je vast al geprobeerd, maar wist je dat de manier waarop ook van belang kan zijn? Afleiding zoeken werkt alleen wanneer het je volledige concentratie vergt. Op deze manier train je je hersenen in de juiste richting. Dit kun je het beste bereiken door middel van visualisaties (Winch, 2014). Visualiseer jezelf bijvoorbeeld in de supermarkt en beeld je alle producten in. Of visualiseer de outfits van je collega’s van gisteren. Dit hoeft niet lang te zijn, maar probeer dit elke keer te doen wanneer negatieve gedachten overheersen.
NiceDay: Heb jij vaak last van negatieve gedachten? Schrijf je gedachten op in je dagboek en spreek het een paar keer hardop uit. Voel je je beter?
Vorig jaar deed ik mee aan Last Man Standing. Een initiatief van stichting MIND om aandacht te vragen voor de uitdagingen die er nog steeds zijn in de geestelijke gezondheidszorg. 6 uur lang stond ik op een paal om de enorme wachtlijsten in deze zorg te visualiseren. Ik had nooit gedacht het 6 uur vol te houden op een paaltje van 20 bij 20 cm met windkracht 5! Maar niets bleek minder waar. En dan zie je maar weer dat je met een goed doel, een enorme toegewijde groep mensen, muziek en aanmoediging vanaf de kant, grote prestaties kan neerzetten. Want ik, en met mij meer dan 80 procent van de deelnemers, hebben het gehaald!
Dit jaar doe ik opnieuw mee. Voor een geestelijk gezonde jeugd (MIND YOUNG). Weer zo’n belangrijk thema. Want of je nu iets mankeert of niet, het is belangrijk om als jongere te weten dat je over alles zou moeten kunnen praten. Met iemand. Zonder taboe. Zonder angst voor afkeuring. Zonder dat dit als zwak gezien wordt.
Puberteit en jongvolwassenheid zijn al turbulent van zichzelf. Er komt zoveel op je af, er is zoveel te leren, zien en ervaren. Zoveel wat je nog kan vormen en wat je kan worden. Zoveel te kiezen, zoveel om bij te horen en zoveel om je tegen af te zetten. Een eigen persoontje worden vergt nogal wat van de jeugd en hun omgeving. Maar het is een natuurlijk proces wat je naar volwassenheid brengt. En de meesten van ons komen goed aan de andere kant aan, met ook heel veel plezier achter de rug. Toch zijn er ook heel wat jongeren voor wie dit niet het geval is.
In mijn geval werd deze ontwikkeling ruw verstoord door Borderline. Een emotie regulatie stoornis. Al die turbulentie kon ik niet aan. Ik wist niet meer waar ik het moest zoeken. En mijn emoties werden mijn vijand.
Mijn puberteit en jongvolwassenheid waren donker en zwaar. Een paar keer wilde ik opgeven. Geloofde ik niet meer in het leven of dat alles wel goed komt (hoe vaak mensen dat ook tegen je zeggen). Mijn emotionele pijn was zo heftig dat ik liever fysieke pijn had als afleiding. Mijn leven, en kledingkeuze, was zwart. Ik wilde het liefste verdwijnen. Ik snapte niet wie ik was, waar ik bij wilde horen, en hoe dit ding wat leven heet, geleefd diende te worden. Ik was vol zorgen, angst, pijn, woede en vooral radeloosheid.
Maar dat was niet te zien. Ik heb mijn gymnasium en 3 universitaire diploma’s gehaald en ben aan een succesvolle management carrière begonnen. Ik had vriendinnen en ik sportte. Maar het voelde vaak leeg van binnen, alsof ik er niet helemaal bij was, niet als mezelf aanwezig was in het leven. En ik was moe, heel moe. Ik durfde dit niet te delen. Doorgaan dacht ik. Doorgaan. Overleven.
Borderline heb ik nog steeds. Maar ik ben nu meer. Ik weet nu wie ik ben. Wat ik kan, wat ik leuk vind, wat ik nodig heb. En dat is zoveel meer dan alleen de emotie regulatie stoornis. En wat nu zo mooi is; Als je je bewust wordt van en gaat zorgen voor wie je als heel persoon bent, dan wordt dat onderdeeltje wat je eens zo gedefinieerd heeft een stuk kleiner, en hanteerbaar. Ik heb ruimte gecreëerd voor mijn hele zelf en zo veel meer rust en overzicht gekregen. Ik kan mezelf zijn. Nu ik wat ouder ben (36) heb ik veel meer overzicht, snap ik een beetje hoe het leven werkt en hoe ik mezelf in alle rust daartoe kan verhouden.
Ik heb veel gehad aan 18 maanden Mentalization Based Therapy, waar ik op mijn 32ste aan begon. Een therapie speciaal voor Borderline. Ik heb het geluk dat ik zelf veel heb kunnen doen met mijn problemen en uiteindelijk ook met hulp. Ik heb me daarbij gerealiseerd wat ik echt gemist heb: steun, liefde en professionele hulp in mijn jeugd. In de periode dat je dat het hardst nodig hebt. Zeker als je worstelt met een psychische ziekte of aandoening. En daarom vind ik Last Man Standing en het gaan voor een mentaal gezonde jeugd zo belangrijk. Hoe meer informatie er gedeeld wordt en hoe meer we het bespreekbaar en normaal gaan maken, hoe eerder onze jongeren durven te praten over hun worstelingen en hoe eerder er hulp ingeschakeld kan worden. Ik wil dit uit de taboesfeer. Ik wil meer begrip, kennis en openheid. En handvatten voor het herkennen van problemen op psychisch vlak; in gezinnen, op scholen en in vriendenkringen. En bij onszelf. Hoe eerder we erbij zijn, hoe meer kans op kwaliteit van leven en op de lichtjes aan het einde van de tunnel.
Last Man Standing vindt plaats op 23 juni bij het Markermeer. Ik ga weer 6 uur proberen te blijven staan. En jij kunt ook nog meedoen! Schrijf je in via www.doemeemetmind.nl (klik op ik wil meedoen). Je mag je bij mijn team inschrijven als teamlid of zelf een team vormen. Ik doe mee onder de naam ‘team Bouwke’. Je bent hartstikke welkom!