Ze geven ons waarschijnlijk de meeste stress, maar ook de meeste voldoening: verwachtingen. Van binnen zijn we gedreven om te voldoen aan verwachtingen en te streven naar ambities. Maar hoe leidt het bij de een tot stress en bij de ander niet?

Wat is het?

Een verwachting is niets meer dan een doel van of voor iemand in een bepaalde situatie. Zo kan je werkgever bijvoorbeeld van jou verwachten dat je altijd op tijd bent. Binnen verwachtingen zie je diverse soorten. Zo kun je hoop hebben dat je crush jou ook ziet zitten, kun je de ambitie hebben om te promoveren, kun je de eis hebben dat je respectvol behandeld wordt, kun je de leefregel hebben dat alles perfect moet, is het de norm dat je niemand vermoordt en is het een waarde om vriendelijk te zijn tegen kinderen.

Waar worden verwachtingen op gebaseerd?

De haalbaarheid van een verwachting wordt gebaseerd op twee elementen: het individu en de staat van zijn. Bij het individu kun je denken aan je persoonlijkheid, genen, opvoeding, herinneringen en ervaringen. Dit samen maakt jou uniek als persoon en is niet veranderbaar. Hierop volgt direct de staat waar je je in bevindt. Dit gaat over emoties, lichamelijke sensaties (bijv. pijn of ziekte), vaardigheden, kennis en externe druk (bijv. nachtdienst draaien). Deze kunnen per situatie variëren en zijn dus wel veranderbaar.

Valkuilen

Wanneer je merkt dat verwachtingen van anderen of jezelf veel stress geven, kan het zijn dat er een aantal valkuilen aanwezig zijn:

  • Je wilt of moet aan alle verwachtingen voldoen.
  • Je gaat er vanuit dat jij naar verwachtingen moet leven in plaats van dat verwachtingen op jou worden gebaseerd.
  • Je ziet het niet behalen van een doel of verwachting als een persoonlijke ‘tekortkoming’ of falen.
  • Je raakt gestrest door mogelijke ‘tekortkomingen’, waardoor verwachtingen onnodig extra moeilijk worden.
  • Je vindt het belangrijker om jezelf te veranderen dan je doelen aan te passen.
  • Er wordt door anderen onvoldoende rekening gehouden met het individu of de staat.

Wat kan je doen?

Als je je in een of meerdere valkuilen herkent, is dat al de eerste stap naar verandering. En de oplossing is eigenlijk heel erg simpel; omdat jij als individu niet te veranderen bent, blijven alleen de staat en de verwachting zelf over. Is de staat in orde maar heb je toch moeite met het behalen van de verwachting? Dan is de verwachting te groot en zul je met jezelf of een ander in gesprek moeten om deze te verkleinen. Is de staat niet in orde en ben je bijvoorbeeld oververmoeid, emotioneel, mis je vaardigheden of kennis, of spelen er ingrijpende privé-situaties? Dan heb je twee opties: of je past de verwachting aan je huidige staat aan (bijv. ik ben verkouden, dus ik mag 10% minder productief zijn vandaag), of je onderneemt actie om de staat te veranderen (bijv. ik meld me vandaag ziek, zodat ik volgende week weer 100% productief kan zijn).

Natuurlijk hoeft een verwachting niet altijd volledig haalbaar te zijn. Het doel is om zowel voldoende gedreven te blijven als niet te gestrest. Zo is het prima om alles perfect te willen doen, maar is het ook oké om sommige dingen perfect te doen. Blijf ambitieus, maar realistisch. En onthoud dat het niet voldoen aan een verwachting nooit iets kan zeggen over jou als individu!

Het coronavirus drukt een stempel op ons dagelijks leven. Al voor een langere periode worden we gevraagd flink aan te passen: thuiswerken waar mogelijk, niet meer naar school en alle horeca is gesloten. Nu vanaf 1 juni de maatregelen versoepelen ben je misschien opgelucht. Maar, het kan ook zijn dat je opnieuw een weg moet vinden in voelen wat jij nodig hebt én dus ook deze nieuwe grenzen weer met je omgeving moet communiceren. Je merkt al snel dat iedereen er op zijn of haar manier mee omgaat.

Socioloog Peter Achterberg van de Tilburg University legt uit: “Je mag maximaal met drie mensen op bezoek, maar liever niet. Sommige mensen benadrukken dat ‘liever niet’ gedeelte en anderen denken: dat kan dus prima, op bezoek gaan.” Mensen kijken met verschillende verwachtingen en ideeën naar wat wel en niet mag. Het kan dus zo zijn dat jij en je omgeving net niet helemaal op één lijn zitten. Hoe kan jij dan het beste je grenzen aangeven?

Vier tips om je grenzen aan te geven:

  1. Ga bij jezelf na wat je wel en niet wilt. Bijvoorbeeld: je vindt het prima om na 1 juni met een groepje, op afstand, in het park of aan het strand te liggen. Met zijn allen in de woonkamer vind je misschien minder fijn. Of je houdt het liever bij afspreken met maximaal drie.
  2. Duidelijkheid bij jezelf zorgt ervoor dat je ook duidelijker bij anderen aan kan geven wat wel en eventueel niet wilt. Communiceer met elkaar, geef aan wat je wel en niet oké vindt.
  3. Voel je toch nog druk om anders te handelen? Ga eventueel op zoek naar een tussenweg. Wil je niet met een groep afspreken? Stel dan aan je vriend/vriendin voor iets met zijn 2e te gaan doen.
  4. Probeer de ander niet te overtuigen of te veranderen. Wat voor jou over je grenzen heen gaat, kan bij de ander nog helemaal oké voelen. Of andersom. Belangrijk is, dat je rekening houdt met elkaar. Push iemand niet om de deur uit te gaan of om juist nog binnen te blijven als hij/zij er anders over denkt. Maar probeer ook zeker jezelf niet te overtuigen iets doen als het niet goed voelt!

Want hoe duidelijk de regels ook zijn, discussie en ruimte voor eigen interpretatie blijft er toch. Het belangrijkste is om dichtbij jezelf te blijven en stap voor stap te kijken waar jij je wel goed bij voelt en bij wat niet.