Psycho-educatie sociale omgeving van iemand met een angststoornis

Wat is een angststoornis?

Als iemand last heeft van een angststoornis, klopt de mate van angst niet met datgene waar diegene bang voor is. Iemand kan bijvoorbeeld opeens heel erg bang zijn om de deur uit te gaan om een simpele boodschap te doen. Diegene krijgt hier dagelijks veel last van, bijvoorbeeld omdat hij of zij dingen gaat vermijden. Vermijden houdt echter de angst in stand. Hierdoor kan iemand in een neerwaartse spiraal terecht komen, waardoor hij of zij steeds meer angst ervaart bij steeds meer dingen.

Wat voelt iemand met een angststoornis?

Een angststoornis is een verstoring van de natuurlijke angstreactie. Bij een angstreactie maakt je lichaam zich klaar om te vluchten: je hartslag gaat omhoog, er gaat meer zuurstof naar je hersenen en je spieren spannen zich aan. Ook kun je meer gaan zweten of kan je lichaam gaan trillen. Bij een angststoornis heeft iemand veel vaker of veel heviger last van angstreacties, ook in situaties waarbij zo’n angstreactie misschien helemaal niet nodig is. Hierdoor kan het lichaam zich niet goed herstellen en kan het zijn dat iemand zich vaker gestrest, gespannen en vermoeid voelt. Kleine dingen, zoals even bij vrienden op bezoek gaan, kunnen hierdoor al heel veel energie kosten. Hierdoor kan het zijn dat diegene dit soort activiteiten gaat vermijden en de angst heviger wordt. 

Wat kun je doen?

  • Wees een luisterend oor en toon begrip.
  • Vraag waar je iemand wel en niet bij kan helpen. Heeft iemand behoefte aan betrokkenheid of juist afstand? Bespreek waar grenzen liggen en neem niet teveel over zonder overleg.
  • Lees meer over angststoornissen om je beter te kunnen verplaatsen in de situatie van de ander. Informatie kun je vinden in de angstbibliotheek of op de websites van MIND of Thuisarts.
  • Steun zonder te oordelen of te veroordelen. Probeer dit met geduld en warmte te doen. Stimuleer en moedig de ander aan op een begripvolle manier.
  • Realiseer je dat de ander de regie in handen heeft en moet houden. Oefen niet te veel druk uit en neem de regie niet over, dat werkt averechts.
  • Ga niet te ver mee in de dingen die jouw naaste uit de weg wil gaan.
  • Probeer de angst van de ander niet weg te praten.
  • Je kunt eventueel helpen bij de behandeling, zodat jouw naaste het beter volhoudt. De behandelaar kan advies geven hoe je dat zou kunnen doen. Bewaak hierbij altijd je eigen grenzen; jij bent niet de behandelaar!
  • Probeer positief te blijven tegen jouw naaste met psychische klachten, door bijvoorbeeld dingen te benoemen die goed gaan.

Wat kun je beter niet doen:

  • Probeer geen kritiek of advies te geven. Dit kan iemand onzeker maken.
  • Probeer geen druk uit te oefenen terwijl de ander er nog niet aan toe is.
  • Probeer niet te vertellen wat er fout is aan hem/haar of wat hij/zij fout doet.

Zorg goed voor jezelf

Pas op dat je zelf niet overbelast raakt in de zorg voor de ander. Zorg voor genoeg ontspanning, plezier en een plek om je hart te luchten. Het kan prettig zijn om te praten met mensen die hetzelfde meemaken; dit heet lotgenotencontact en kan bijvoorbeeld via de Angst, Dwang en Fobie Stichting. Als het je teveel wordt, kun je overwegen om zelf (professionele) steun te zoeken.

 

Bronnen

 

Heb je vragen hierover? Stel je vraag aan je eigen professional. Geen verbinding met een professional? Stel je vraag hier

Do you have any questions about this? Ask your professional. Don't have a connection with a professional? Ask your questions here: