Onderzoeken van opvattingen over piekeren

Wanneer je veel last hebt van piekeren, is het belangrijk om de onderliggende opvattingen die je hebt over het piekeren te onderzoeken. Het gaat hier om opvattingen over het eigen denken in plaats van over de inhoud van jouw piekergedachten. Voorbeelden hiervan zijn: “Oh help, door het piekeren draai ik nu echt door” of “Zie je wel, ik krijg het aan mijn hart door dat gepieker”.

Om jouw opvattingen over het piekeren te onderzoeken kun je in NiceDay een G-schema aanmaken en deze op de volgende manier invullen:

  • Stap 1. Beschrijf het moment dat je aan het piekeren bent, vul je gevoel in en vul bij het onderdeel ‘Gedachten’ jouw opvattingen over het piekeren in.
  • Stap 2. Kies bij de belangrijkste gedachte de opvatting die je wilt onderzoeken. Mocht je meerdere opvattingen hebben, kun je voor elke opvatting een nieuw G-schema gebruiken.Vervolgens kun je doorgaan naar de vragen die gesteld worden. Voor deze oefening beantwoord je in ieder geval vraag 1a en 1b. Hier kun je de argumenten opschrijven die jouw opvatting over piekeren ondersteunen of ermee in strijd zijn. De overige vragen 2 t/m 7 kan je ook gebruiken om je hiermee verder te helpen.
  • Stap 3. Vul hier een alternatieve evenwichtige opvatting in. Dit is een opvatting die misschien beter klopt binnen de werkelijkheid dan de oude opvatting die je had.

Hieronder kun je een ingevuld voorbeeld zien.

Hulpvragen: Argumenten die in strijd zijn met de opvatting over piekeren

Noteer argumenten of ervaringen die laten zien dat jouw opvatting niet (helemaal) klopt. Hierbij kun je gebruikmaken van deze hulpvragen:

  1. Welke argumenten pleiten tegen jouw opvatting over piekeren? Heb je ervaringen gehad die laten zien dat jouw opvatting niet altijd of niet volledig klopt? Welke aanwijzingen zijn er die aantonen dat jouw opvatting over piekeren niet klopt?
  2. Is er iemand aan wiens mening je veel waarde hecht? Het mogen ook meerdere personen zijn. Welke argumenten zouden zij aandragen die in strijd zijn met jouw opvatting over piekeren? En wat vind je van deze argumenten?
  3. Stel dat iemand uit je familie- of vriendenkring jouw opvatting over piekeren zou hebben, wat zou je dan tegen hem/haar zeggen? Zou je argumenten aanvoeren dat de opvatting misschien niet (helemaal) klopt? Zou je dat alleen zeggen ter geruststelling of zou je het echt menen? En zouden deze argumenten ook op jouw opvatting over piekeren van toepassing kunnen zijn? Of gelden voor jou ‘andere regels’?
  4. Als je voor een rechtbank of geschillencommissie zou moeten verschijnen, wat zou je dan kunnen aanvoeren als bewijs tegen jouw opvatting over piekeren?
  5. Stel dat we twintig jaar verder zijn en je bent ouder en wijzer. Je denkt terug aan de opvattingen over piekeren die je nu hebt. Welke argumenten zou je dan kunnen aanvoeren die pleiten tegen jouw opvattingen over piekeren?
  6. Zijn er mensen in je familie- of vriendenkring die van mening zijn dat jouw opvatting over piekeren niet klopt? Zo ja, om welke redenen?
  7. Als je een negatieve opvatting aan het onderzoeken bent, stel jezelf dan de volgende vraag: hoe vaak heb je in je leven al gepiekerd en hoe vaak zijn de gevreesde gevolgen van het piekeren uitgekomen? Zelden? Wat betekent dat voor jouw negatieve opvatting over piekeren?
  8. Als je een positieve opvatting aan het onderzoeken bent, stel jezelf dan de volgende vragen: zijn er situaties in je leven geweest waar je niet over piekerde? Zo ja: welke? Hoe zijn die situaties dan afgelopen? Als deze situaties ook wel eens goed afgelopen zijn, wat betekent dat dan voor jouw positieve opvatting over piekeren?

Bron
Keijsers, G. P. J., Van Minnen, A., Verbraak, M., Hoogduin, C. A. L. & Emmelkamp, P., (2017). Protocollaire behandelingen voor volwassenen met psychische klachten.

 

Heb je vragen hierover? Stel je vraag aan je eigen professional. Geen verbinding met een professional? Stel je vraag hier

Do you have any questions about this? Ask your professional. Don't have a connection with a professional? Ask your questions here: