Bij een G-schema breng je je gedachtes, gevoelens en gedrag in kaart waardoor je hier meer inzicht in krijgt en mogelijke patronen kan ontdekken. Als je begrijpt waarom je je op een bepaalde manier voelt, waarom je zo denkt en wat het gevolg is van bepaalde gedachtes en bepaald gedrag, kan je er ook eerder iets aan veranderen. Het geeft veel duidelijkheid en is belangrijk om gebeurtenis, gedachte, gevoel, gedrag en gevolg van elkaar te onderscheiden. In NiceDay kun je dit als volgt registreren:

  • Gebeurtenis: Beschrijf het moment waarop je het onplezierige gevoel had. Wat is er gebeurd? Beschrijf de feitelijke gebeurtenis alsof je door een camera kijkt.
  • Gevoel: Welk gevoel heb je en hoe sterk is dit gevoel? Vaak is dit lichamelijk te voelen (bang, boos, bedroefd, blij).
  • Gedachten: Beschrijf de automatische gedachte(n) die aan dit gevoel voorafging(en). Wat waren je gedachten? Wat ging er door je hoofd, wat zei je tegen jezelf?
  • Gedrag: Wat deed je? Hoe reageerde je? Wat deed je niet?
  • Gevolg: Welk gevolg had dit? Beschrijf de gevolgen van je gedrag.

Hieronder geven we een voorbeeld van een ingevuld G-schema:

 Gebeurtenis Beschrijf het moment waarop je het onplezierige gevoel had. (Tip: houd het kort)

Ik liep alleen op straat en zag een bekende fietsen. Toen zwaaide ik maar ze fietste me straal voorbij.

 Gevoel Welk gevoel heb je en hoe sterk is dit gevoel?

Bang, bedroefd

 Gedachten Beschrijf de automatische gedachte(n) die aan dit gevoel voorafging(en)

Ze is boos op mij, ze vindt me niet meer aardig. Ik ben waardeloos.

 Gedrag  Wat deed je, hoe reageerde je?

 Ik keek naar de grond en liep snel naar huis.

 Gevolg Wel gevolg had dit?

Ik moest huilen en ik durf haar niet meer aan te spreken, want mijn onzekerheid is bevestigd.

Tip: Een hulpmiddel om het onderscheid te leren maken tussen gedachten en gevoelens is dat gedachten in je hoofd plaatsvinden, terwijl gevoelens voornamelijk lichamelijke gewaarwordingen zijn. Bijvoorbeeld: “Tijdens de overval dacht ik dat ik het niet zou overleven, ik voelde mij hier heel angstig bij”. De gedachten zijn ‘ik denk dat ik het niet ga overleven’. De gevoelens zijn ‘ik voel mij angstig’.

G-schema oefening

Bedenk een recent voorval waarin je te maken had met angst. Zorg ervoor dat deze situatie concreet is, bijvoorbeeld: “gisteren toen ik na het ontbijt naar buiten ging, ben ik erg angstig geworden door een man die zich verdacht gedroeg”.

Bron: Keijsers, G. P. J., Van Minnen, A., Verbraak, M., Hoogduin, C. A. L. & Emmelkamp, P., (2017). Protocollaire behandelingen voor volwassenen met psychische klachten.

Continue reading about

Heb je vragen hierover? Stel je vraag aan je eigen professional. Geen verbinding met een professional? Stel je vraag hier

Heb je een vraag? Onze professionals en ervaringsdeskundigen staan voor je klaar.