Merk jij dat je bepaalde typen gedachten hebt die steeds weer terugkomen? Of dat je steeds op een bepaalde manier denkt, zodat het een soort gewoonte voor je is geworden? En waardoor je craving voelt om vervolgens weer te gaan gebruiken? Deze manieren van denken noem je ook wel ‘denkstijlen’. 

Denkstijlen gaan zo automatisch dat je ze vaak niet door hebt. Denkstijlen kunnen ook een negatief karakter hebben. Wanneer een negatieve  denkstijl vaak terugkomt, kan deze je leven negatief beïnvloeden. De negatieve denkstijlen kloppen namelijk niet altijd met de werkelijkheid. Ze worden ook wel ‘denkfouten’ genoemd. 

Door je bewust te worden van jouw denkstijlen kan je jezelf hier ook in gaan corrigeren. 

Voorbeelden van denkstijlen

Er zijn verschillende soorten negatieve denkstijlen. Hieronder een lijst met de bekendste denkstijlen. Welke herken jij bij jezelf? Wat is het gevolg van deze gedachten? 

Filteren
Je richt je vooral op het negatieve. Neutrale of positieve gebeurtenissen vallen je minder op of je ziet ze als negatief. Voorbeelden zijn:

  • Ik heb eerlijk over mijn terugval verteld aan mijn coach. Hij zal me vast stom vinden!
  • Ik heb voor mijn toets een voldoende gehaald, maar ik wist de makkelijkste vraag niet eens. Wat ben ik dom!

Rampdenken
Je overdrijft de gevolgen. Je ziet situaties als rampzalig, verschrikkelijk of niet te verdragen. Voorbeelden zijn:

  • Als ik nog een keer terugval in mijn verslaving, dan komt het nooit meer goed met me. 
  • Mijn vrienden vinden me vast erg saai als ik niet meer meedoe met blowen op verjaardagen. Ze willen dan niet meer met me omgaan.

Alles-of-niets denken
Je beoordeelt je situaties in extremen of uitersten. Iets gebeurt bijvoorbeeld óf ‘nooit’ of juist ‘altijd’. Iets is óf helemaal goed of juist helemaal slecht. Een middenweg zie je niet. Voorbeelden:

  • Als ik geen perfecte ouder ben, dan ben ik een compleet waardeloos persoon.
  • Ik heb 1 drankje gedronken, nu maakt het toch niet meer uit en kan ik maar beter doordrinken. 
  • Als ik niet 3 maanden kan stoppen met gebruiken, dan lukt het me nooit meer om te stoppen.

Persoonlijk opvatten
Als je iets persoonlijk opvat, denk je dat alles wat mensen doen of zeggen met jou te maken heeft. Je legt alle verantwoordelijkheid en schuld van vervelende dingen bij jezelf. Voorbeelen kunnen zijn:

  • Hij is vast chagrijnig omdat ik niet gezellig mee wilde borrelen. 
  • Als ik geen alcohol drink op een feestje, dan hoor ik er niet bij.

Gedachten lezen
Je denkt dat je weet wat iemand anders denkt. Je vult zelf voor anderen in wat ze van je vinden. Denk aan:

  • Zie je wel, ze vindt mij saai als ik niet mee ga naar een feestje.
  • Als ik haar vraag om rekening met mij te houden, dan weet ik zeker dat ze mij een aansteller vindt.
  • Hij vindt mij echt een mislukking, omdat ik weer een terugval heb gehad.

Moet-denken
Als je de denkstijl moet-denken gebruikt, dan heb je regels en normen waaraan jij en anderen moeten voldoen. Als jij of anderen zich hier niet aan houden, dan vind je dat verschrikkelijk. Voorbeelden zijn:

  • Ik moet altijd gezellig zijn als ik met vrienden afspreek. Als ik dat niet doe, dan ben ik een slechte vriend.
  • Ik vind het vreselijk dat ik me na een terugval ziek heb gemeld op werk. Nu denkt mijn baas dat ik niet goed functioneer.

Emotioneel denken
Je gebruikt je gevoel als bewijs of je gedachte klopt.

  • Ik voel dat ik het niet kan, dus het gaat me niet lukken om te stoppen met gokken. 
  • Ik voel me eenzaam en dit gaat nooit meer over als ik geen alcohol kan drinken.

Overgeneraliseren
Je trekt een algemene conclusie op basis van één of enkele ervaringen. Je kunt denken aan:

  • Ik heb een terugval gehad, dus ik kan nu net zo goed stoppen met de behandeling. 
  • Ik heb ook altijd pech!

Toekomst voorspellen:
Je denkt van te voren al te weten wat er gaat gebeuren. Voorbeelden kunnen zijn:

  • Als ik mijn vrienden vertel over mijn verslaving, dan vinden ze mij vast een zwakkeling. 
  • Wanneer ik eerder van huis weg ga, zal je precies zien dat er ineens file staat.

Meten met twee maten
Je bent kritischer op jezelf dan op anderen. 

  • Als anderen hun emoties tonen, is dat goed. Als ik dat doe, is dat een teken van zwakte.
  • Anderen mogen best foutjes maken, maar ik moet alles goed doen tijdens mijn herstelproces.

Vergroten en verkleinen
Je maakt iets groter dan het is of maakt het juist ten onrechte kleiner. Bijvoorbeeld:

  • Ik ben nu twee maanden gestopt met blowen. Maar dat is niet zo moeilijk, dat kan iedereen.

Uitsluiten van het positieve
Positieve ervaringen tellen niet mee of worden de kop ingedrukt.

  • Ik kreeg een compliment omdat ik mij kwetsbaar heb opgesteld in therapie. Maar dat valt best wel mee.

Had ik maar
Je piekert steeds over situaties uit het verleden, zonder dat je er iets aan hebt.

  • Had ik maar niet zo’n gekke opmerking gemaakt tegen een collega tijdens een vergadering.
  • Was ik maar eerder eerlijk geweest over mijn pornoverslaving, dan was mijn relatie nu niet over.

Overhaaste conclusies trekken
Je kijkt negatief naar bepaalde dingen, terwijl hier eigenlijk geen bewijs voor is om je conclusie te ondersteunen.

  • Iemand reageert zonder glimlach op je leuke opmerking. Hij mag mij blijkbaar niet nu ik geen alcohol meer drink. 
  • Iemand negeert je berichtje op WhatsApp. Ik ben het blijkbaar niet waard om op te reageren.

Stickers plakken
Je geeft een negatief oordeel over jezelf, zonder te bedenken of dit wel echt klopt.

  • Ik wist het antwoord op zijn vraag niet. Wat ben ik een loser.
  • Ik heb vandaag aan mijn collega’s verteld over mijn verslaving. Nu denken ze vast dat ik raar ben.

Oude koeien uit de sloot halen
Je haalt situaties uit het verleden op. Bijvoorbeeld: 

  • Ik heb weer lekker pech. Vandaag was ik te laat, 2 weken geleden ben ik afgewezen door mijn date en vorige maand had ik autopech!

Hokjes denken
Dit is een extreme vorm van overgeneralisatie. In plaats van een fout te beschrijven, plaats je iemand direct in een hokje.

  • Ik ben na 3 maanden weer begonnen met drinken. Ik heb totaal geen ruggengraat.
  • Hij vergat de verjaardag van een vriend. Wat een typische slechte vriend is dat zeg.

Heb je vragen hierover? Stel je vraag aan je eigen professional. Geen verbinding met een professional? Stel je vraag hier